Of misschien is het meer ‘woorden die verschil hadden kunnen maken’.
We waren in de rechtbank, nog redelijk aan het begin van het traject. Rechtzaak 3 denk ik? Geen idee of de rechter de stukken had gelezen, zich had verdiept in alles wat er al lag. Het was een man. Geen idee of dat verschil maakte.
De rechter keek ons om beurten aan. Om vervolgens nadrukkelijk naar mij te kijken en het woord tot me te richten. ‘Mevrouw, u hebt samen kinderen. Dat betekent dat u voor altijd met elkaar verbonden bent. Dat betekent dat u het belang van de kinderen voorop moet stellen. U moet uit het conflict komen samen want u bent er ook samen in belandt.’
Ik viel stil, bevroor volledig. Want wat kon ik hier op zeggen? Het voelde alsof ik met mijn rug tegen de muur stond en geen kant op kon. Wat ik ook zou zeggen, het zou klinken als verdediging, als afweer.
Na nog wat afrondende woorden verlieten we de zaal met een verplichting tot ouderschapsbemiddeling.
De woorden die ik had kunnen zeggen, had willen zeggen kwamen pas veel later.