Het fundament was gescheurd, verwaarloosd, begroeid met snelgroeiers die woekerden. Opgenomen in de chaos van de tijd.
Dat schoonmaken, ademruimte geven, herstellen, kostte tijd en heel veel energie. De woekeraars deden met regelmaat uitvallen naar de scheuren om zich daar in te nestelen, het fundament te laten splijten.
Tot de scheuren hersteld werden. Langzaam en zeker niet onzichtbaar, wel heel solide. De woekeraars terrein verloren. Het fundament leerde vertrouwen op eigen kracht en stevigheid. Niet meer wankelde in storm en regen.
Zo ontstond ruimte om de basis te zijn van het nieuwe, totaal andere leven. Nu zit het fundament soms onder de glitteres, wordt er gestrooid met confetti en is de omgeving kleurrijk en vol geuren. Een basis die door de eeuwen heen alleen maar mooier wordt.